Laïcité

Van Francyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Laïcité

[v., gr.: laikos, ‘aan het volk toebehorend’]

Loi sur la ~. Wet op de scheiding van kerk en staat. De wet, aangenomen in 1905, is de kern van de Franse Republiek en is sinds 1958 verankerd in het eerste artikel van de Grondwet.

De term laicité ontstaat rond 1870. Het idee is dat als de staat alle gelovigen gelijk respecteert, er geen enkele religie erkend kan worden. Er is vrijheid van geloof, maar het geloof is een persoonlijke kwestie en geen overheidsaangelegenheid. Het verplichte en gratis onderwijs dat in 1882 ingevoerd was, had de rol van de kerk op de scholen al teruggedrongen. In 1905 worden kerk en staat definitief gescheiden met de Loi sur la laicité. Religieuze gebouwen, gebouwd vóór 1905, werden eigendom van de staat en terugverhuurd aan de godsdienstbeoefenaren. Door de wet zijn er in Frankrijk geen religieuze politieke partijen en politici refereren in programma’s en toespraken nooit aan een of ander bedacht opperwezen.

Sinds zijn aantreden spreekt Sarkozy regelmatig over de “positieve laicité” en het belang van het geestelijk leven in de maatschappij. Die opmerkingen zijn aanleiding voor een scherp debat over het belang van de scheiding tussen kerk en staat en iedere aantasting van de wet uit 1905 wordt gezien als een bedreiging voor het voortbestaan van het land. Het enige andere land in Europa dat zo’n strikte scheiding tussen kerk en staat hanteert, is Turkije.

Alsace; Dreyfus; Zola

Persoonlijke instellingen